‘De charme en de kracht
van de Rotterdamse
haven zit voor mij in één
woord: samen.’
2025 is uitgeroepen tot het Rotterdamse Jaar van de Vrouw. Daarom geeft Onze Haven de komende edities een uniek inkijkje in het (werk)leven van vrouwen die actief zijn in de Rotterdamse haven - van kraanmachinisten tot directieleden. Deze keer: Annemieke Groen, Terminal Manager bij Ertsoverslagbedrijf Europoort C.V. (EECV).
‘Ik werk al sinds 1995 in de Rotterdamse haven. Na mijn studie Chemische Technologie aan de TU was de stap naar de chemie logisch. 25 jaar heb ik in de chemie gewerkt, waarvan de laatste vijftien jaar in leidinggevende rollen. Ruim een jaar geleden ben ik aangesteld als Terminal Manager bij Ertsoverslagbedrijf Europoort C.V. (EECV). Een prachtige verantwoordelijkheid bij een bedrijf dat letterlijk en figuurlijk groot is. EECV is een van de modernste en grootste overslagbedrijven van bulkgoed in Europa. We zijn eigendom van Thyssenkrupp, de Duitse staalindustrie, en optimaliseren de logistieke aanvoerstromen van die keten. In mijn rol ben ik eindverantwoordelijk voor Operatie, Planning, Techniek, Operationele IT en SHEQS. Concreet: ik zorg dat de op- en overslag van erts veilig, efficiënt en toekomstbestendig verloopt. In de haven is er altijd wat te doen. Mijn baan draait om verbeteren: trajecten om de terminal veiliger te maken, milieuvriendelijker en efficiënter, maar ook aantrekkelijker voor de mensen die er dagelijks werken. We maken ons klaar voor de toekomst die de omgeving van ons vraagt. Of het nu gaat om emissiereductie, digitalisering of slimmere processen: we zetten elke dag stappen.
Wat mij drijft is veranderen mét mensen. De maakindustrie is hands-on, maar ook zo innovatief als het maar zijn kan. Je kunt er je creativiteit in kwijt, samen verbeteren en merken dat het werkt. De route naar de productie van groen staal vraagt veel van de gehele keten. Dat betekent dat ook wij in transitie zijn. Met respect voor wat er staat en nieuwsgierigheid naar wat komt, zoeken we naar de beste manier om te vernieuwen. Voor mij is de terminalwereld nieuw vergeleken met de chemie, maar operationele en onderhoudsprocessen herken ik. Juist de combinatie van bekend terrein én nieuwe horizon maakt dit werk geweldig. Het is grootser dan wat ik eerder deed, qua volumes én qua impact. En het is een mooi, warm bedrijf waar ik met gepaste trots werk. Uitdagingen zijn er genoeg. Beter op elkaar afstemmen in de supply chain, écht als één keten denken en doen: daar liggen kansen. En natuurlijk de grote duurzaamheidsopgave die voor de hele haven geldt en dus ook voor ons. Dat kun je alleen samen aanpakken: bedrijven onderling, met overheid en onderwijs. Ik krijg energie van samen stappen zetten. Met elkaar kijken hoe je bekend werk anders kunt doen: veiliger, slimmer en vaak gaat dat hand in hand met ook nóg leuker.
Dat “samen” is ook de kracht van de Rotterdamse haven. We zijn met elkaar verantwoordelijk voor veiligheid, voor doorstroom, voor de mensen die hier werken en willen komen werken. Diversiteit hoort daar ook bij. In onze organisatie is nu slechts zo’n vijf procent vrouw. We hebben dus werk te doen: niet alleen meer vrouwen aantrekken, maar breder diverser worden in leeftijd, achtergrond en opleidingsniveau. Hoe diverser een organisatie, hoe krachtiger. De haven zelf? Puur en eerlijk. Je geeft elkaar makkelijk een hand en je leert continu. Misschien moet je er even doorheen kijken, maar dan zie je hoeveel innovatiekracht hier zit. Ik hou van het parcours: elke dag een stapje in de goede richting, als team. Dáár doe ik het voor.’